De effecten van een bottom-up veranderinterventie op de kwaliteit van de verpleeghuiszorg, het werk en de organisatie

De ouderenzorg in Nederland maakt al enkele jaren een ingrijpende transitie door als gevolg van de vergrijzing en de financiële crisis (SER, 2008; Helderman e.a. 2013; Van Dalen e.a. 2010; Sociaal Cultureel Planbureau, 2013). Helpenden en verzorgenden bevinden zich in de spagaat om enerzijds zoveel mogelijk cliënten te verzorgen binnen de daarvoor beschikbare tijd, en anderzijds om individuele cliënten de persoonlijke aandacht te schenken waar zij behoefte aan hebben.
Voor een belangrijk deel zijn deze knelpunten te verklaren door de wijze waarop de verpleeg- en verzorgingshuiszorg zijn ingericht. In de afgelopen twintig jaar zijn oplossingen voor het terugdringen van de zorgkosten gezocht in het standaardiseren van werkprocessen en een vergaande taaksplitsing en -verdeling om verdere kostenstijging te beperken. Deze infrastructuur van de organisatie, gebaseerd op het gedachtegoed van Frederick Taylor – ook wel het Taylorisme genoemd, heeft bij veel zorgorganisaties tot problemen geleid. De bureaucratie is toegenomen, zorgmedewerkers zijn vervreemd geraakt van hun vak en zijn het contact met hun cliënten en hun passie voor hun werk verloren. Cliënten en hun familieleden zijn ontevreden over de zorg en voelen zich een nummer in plaats van een mens. Tot slot heeft deze wijze van organiseren niet geleid tot lagere kosten (Almekinders, 2006). Welke mogelijkheden zijn er om deze situatie met behulp van een bottom-up veranderinterventie te doorbreken? Om een flexibele, cliëntgerichte organisatie te worden heeft de organisatie immers vaardigheden nodig waarover die nu juist niet beschikt, het zogenaamde self-inhibiting probleem of ook wel aangeduid met het Baron van Münchhausen probleem (Achterbergh & Vriens, 2009; Fruytier, 1994). In dit promotieonderzoek wordt onderzocht wat de effecten zijn van een kleinschalige en daaropvolgend grootschalige bottom-up veranderinterventie op de kwaliteit van arbeid, zorg en organisatie van de verpleeghuiszorg. Het doel van dit onderzoek is inzicht verkrijgen op welke wijze de organisatie haar verandervermogen terug kan krijgen. Dit gebeurt aan de hand van de beschrijving van een actieonderzoek dat tussen 2011 en 2015 werd uitgevoerd bij BrabantZorg, een grote ouderenzorgorganisatie in Noord-Oost Brabant.

• Doel en doelgroep:
De doelstelling van het onderzoek is beschrijven wat de effecten zijn van een bottom-up veranderinterventie in de organisatie van de verpleeghuiszorg, met als doel een integrale kwaliteitsverbetering te realiseren en inzicht te verkrijgen in wat de kenmerken zijn van de veranderbenadering. Doelgroepen zijn het beroepenveld (o.a. ouderenzorgorganisaties, brancheorganisatie), maar ook academische doelgroepen zoals bedrijfswetenschappen, HRM, en wetenschappelijke stromingen zoals veranderkunde en ontwerpkunde.

• Relevantie voor de beroepspraktijk/maatschappelijke relevantie:
Het onderzoek is relevant voor de beroepspraktijk, aangezien het inzicht geeft in de effectiviteit van een bottom-up verandermethode binnen een zorgorganisatie, zodat de methodiek breder toepasbaar kan worden in de sector.

• Relevantie voor het onderwijs
De inzichten uit dit onderzoek kunnen bijdragen aan het onderwijs in de vorm van het aanreiken van een verandermethodiek, kennis van de toepassing en werking van de methode en tot welke effecten die leidt. Deze kennis op het gebied van organisatieontwerp en veranderkunde is relevant vooor studenten van bijv. de opleiding Human Resource Management, Bedrijfskunde, Verpleegkunde of Management in de zorg.

• Consortium/projectpartners
Het actieonderzoek is tot stand gekomen uit een samenwerking tussen brancheorgansiatie ActiZ, BrabantZorg en de HU. Opdrachtgever was ActiZ.

• Resultaat/producten
Het resultaat van dit promotieonderzoek is de publicatie van een boek met daarin de beschrijving van de resultaten en inzichten van het onderzoek, daaropvolgend aangevuld met een wetenschappelijk artikel(en) en boekbijdragen.

• Implementatie
Zie bovenstaand: actieonderzoek uitgevoerd tussen 2011 en 2015.

 

Betrokken lector:
Josje Dikkers

Betrokken onderzoekers:
Anneke Offereins

Lector